Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij multiple sclerose (MS) tijdens de zwangerschap
Overzicht

Gebruik van interferon bèta 1a en 1b of glatirameer tijdens het begin van de zwangerschap laat tot nu toe geen nadelige effecten zien op de zwangerschap of op het ongeboren kind.
Fingolimod geeft mogelijk een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Het mag dan ook niet gebruikt worden tijdens de zwangerschap.
Over de toepassing van dimethylfumaraat, fampridine, natalizumab, ocrelizumab en teriflunomide bij multiple sclerose tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om een goede inschatting te maken van de mogelijke risico's.

Let op

  • Bij gebruik van fingolimod gelden zwangerschapspreventie maatregelen.
  • Bij gebruik van ocrelizamub in de zwangerschap wordt vaccinatie van het kind met een levend verzwakt vaccin in het eerste levensjaar afgeraden.
  • Gebruik van natalizumab kan afwijkingen in het bloedbeeld van de pasgeborene veroorzaken.
Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - glatirameer (1e trimester)
    • - interferon bèta 1a (1e trimester)
    • - interferon bèta 1b (1e trimester)
    • - peginterferon bèta 1a (1e trimester)
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - fingolimod (1e trimester)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - dimethylfumaraat
    • - fampridine
    • - fingolimod (2e en 3e trimester)
    • - glatirameer (2e en 3e trimester)
    • - interferon bèta 1a (2e en 3e trimester
    • - interferon bèta 1b (2e en 3e trimester)
    • - peginterferon bèta 1a (2e en 3e trimester)
    • - natalizumab
    • - ocrelizumab
    • - teriflunomide

MS en zwangerschap
Het advies in geval van zwangerschap of een zwangerschapswens bij vrouwen met MS is veelal om te stoppen met de medicatie. Dit lijkt geen nadelig effect te hebben op het verloop van de ziekte. Er zijn meestal juist minder MS relapses tijdens de zwangerschap. Vlak na de zwangerschap neemt het risico op relapses toe. Bekende risicofactoren voor toegenomen ziekteactiviteit postpartum zijn het aantal relapses in het jaar voor en gedurende de zwangerschap. Daarom luidt het advies om pas zwanger te worden als de ziekte een jaar in remissie is.

Interferon bèta 1a en 1b
Interferon is een groot molecuul, placenta passage lijkt daardoor niet waarschijnlijk. Met interferon bèta 1a en 1b is een redelijke hoeveelheid ervaring opgedaan. Het gaat hierbij vooral om informatie over gebruik in het eerste trimester, afkomstig uit zwangerschapsregisters. Gebruik in het eerste trimester laat geen verhoogd risico op ernstige aangeboren afwijkingen zien. Echter, veel vrouwen stoppen zodra ze weten dat ze zwanger zijn. De meeste zwangerschappen zijn daardoor niet het hele eerste trimester blootgesteld. Over het gebruik in het tweede en derde trimester zijn weinig gegevens bekend.

Glatirameer
Gebruik van glatirameer geeft lage maternale plasmaspiegels. Met het gebruik van glatirameer in de zwangerschap is een redelijke hoeveelheid ervaring opgedaan. Een groot deel van deze informatie is afkomstig uit de database van de fabrikant. De beschikbare informatie gaat vooral over gebruik in het eerste trimester. Glatirameer gaf geen verhoogd risico op nadelige effecten bij het ongeboren kind of de zwangerschap. Omdat de meeste vrouwen stoppen zodra ze weten dat ze zwanger zijn, zijn deze zwangerschappen niet het hele eerste trimester blootgesteld. Over gebruik in het tweede en derde trimester zijn te weinig gegevens bekend om een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke risico’s.

Fingolimod
Fingolimod is gecontra-indiceerd tijdens de zwangerschap. Post-marketinggegevens suggereren dat het risico op aangeboren afwijkingen mogelijk tweemaal zo hoog is als het basisrisico van 2-3% bij de algemene bevolking. Er was geen sprake van een bepaald patroon in de gerapporteerde afwijkingen. Het betreft hier een eerste interpretatie van nieuwe data. Nadere analyse van de onderliggende gegevens is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over het risico. Fingolimod mag aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd alleen worden voorgeschreven in combinatie met effectieve anticonceptie, en nadat zwangerschap is uitgesloten. Fingolimod heeft een lange halfwaardetijd. Daarom moet anticonceptie worden voortgezet tot twee maanden na staken van de medicatie.

Teriflunomide
Bij een eventu­ele zwangerschap tijdens gebruik van teriflunomide moet een washout-procedure met colestyramine of geactiveerde kool plaatsvinden.

Natalizumab en ocrelizumab
Natalizuman en ocrelizumab zijn monoklonale antilichamen. Er is beperkte ervaring met het gebruik van natalizumab in de zwangerschap. Er is geen onderzoek gedaan naar het gebruik van ocrelizumab in de zwangerschap. Monoklonale antilichamen kunnen in het eerste trimester de placenta nauwelijks passeren. Vanaf het tweede trimester neemt de placentapassage door actief transport toe. De passage is het hoogste vlak voor de partus. Deze middelen hebben een lange halfwaardetijd en zijn nog maanden na toediening in het serum aantoonbaar. In onderzoeken met andere monoklonale antilichamen (adalimumab en infliximab) zijn meetbare plasmaconcentraties gevonden bij de pasgeborene, ook wanneer het middel in het derde trimester gestopt is. Door de langzame klaring kunnen deze middelen nog maanden in het lichaam van het kind aanwezig zijn, wat mogelijk tot immunosuppressie kan leiden. Vaccinatie van het kind met een levend verzwakt vaccin in het eerste levensjaar wordt afgeraden. Verder kan ocrelizmab mogelijk B-celdepletie bij de pasgeborene veroorzaken. Bij natalizumab zijn bij meerdere neonaten hematologische afwijkingen (trombocytopenie en pancytopenie) gezien.

Laatst bijgewerkt op 08-10-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.