Aa Lettergrootte
16
 
Lithium tijdens de zwangerschap
Overzicht

De bipolaire stoornis dient adequaat behandeld te worden. Het niet behandelen van een bipolaire stoornis tijdens de zwangerschap kan nadelige effecten hebben voor moeder en kind.
Bij gebruik van lithium in het eerste trimester is de kans op aangeboren (hart)afwijkingen, in het bijzonder Ebstein-anomalie, iets verhoogd. Streef naar de laagst mogelijke dosering lithium. De voorkeur gaat uit naar een middel met gereguleerde afgifte. Geef een middel zonder gereguleerde afgifte in klei­nere doses verdeeld over de dag.

Let op

  • Bepaal minimaal maandelijks de lithiumspiegels, vooral in de tweede helft van de zwangerschap.
  • Lithium mag niet samen met diuretica of een zoutarm dieet gebruikt worden.
  • Controleer regelmatig de schildklierfunctie van de moeder, en na de bevalling die van het kind.
  • Overweeg om 24 tot 48 uur voor de verwachte bevalling de dosering te verlagen in verband met het mogelijke ontstaan van een lithiumintoxicatie bij zowel de moeder als de pasgeborene.
Risico indeling
  • Risico op aangeboren afwijkingen Dit geneesmiddel geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere blijvende schade. Gebruik dit middel alleen in uitzonderingsgevallen (met extra controles). Kies zo mogelijk voor een veiliger middel of staak -tijdelijk- de behandeling.
    • - lithiumzouten

Aangeboren afwijkingen
Bij gebruik van lithium in het eerste trimester is de kans op aangeboren (hart)afwijkingen, in het bijzonder Ebstein-anomalie, licht verhoogd. Het exacte risico is moeilijk in te schatten door de beperkingen van de studies, maar het overall risico op aangeboren afwijkingen ligt mogelijk een paar procent hoger dan het normale risico van 2 tot 4 % op een kind met aangeboren afwijkingen. Om aangeboren afwijkingen uit te sluiten, wordt een uitgebreide echoscopie geadviseerd.

Dosisaanpassing
Lithium heeft een smalle therapeutische breedte en wordt voornamelijk via de nieren uitgescheiden. Tijdens de zwangerschap verandert de farmacokinetiek van lithium. Door toename van de glomerulaire filtratie snelheid, kan de plasmaspiegel dalen. Hierdoor kan een recidief van de klachten optreden. De spiegels  moeten daarom regelmatig (maandelijks) worden bepaald, met name in de tweede helft van de zwangerschap. Aan het eind van de zwangerschap gaat de glomerulaire filtratie snelheid weer omlaag. Als de dosering niet wordt aangepast, kan dit een maternale- en neonatale lithiumintoxicatie geven (zie onderstaand lithiumintoxicatie).  Na de bevalling kan de moeder meteen weer de dosis van vóór de zwangerschap gebruiken.

Lithiumintoxicatie
Overweeg om 24 tot 48 uur voor de verwachte partus de dosering te verlagen in verband met het mogelijke ontstaan van een lithiumintoxicatie bij zowel de moeder als de neonaat. Bij de neonaat betreft dit het floppy-infantsyndroom met als kenmerken onder andere hypotonie, hypothermie, ademhalingsdepressie, cyanose, aritmieën en een verminderde zuigreflex. De incidentie is waarschijnlijk laag. Daarom wordt tegenwoordig de lithiumdosering meestal gehandhaafd tot de bevalling is begonnen, en daarna verlaagd. Controleer wel regelmatig de maternale en neonatale lithiumspiegels. 
Na gebruik van lithium tijdens de zwangerschap zijn ook neonatale schildkliertoxiciteit, nefrogene diabetes insipidus, cardiovasculaire en renale dysfunctie beschreven.

Laatst bijgewerkt op 20-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.