Aa Lettergrootte
16
 
Diverse anti-epileptica tijdens de zwangerschap
Overzicht

Voor de behandeling van epilepsie tijdens de zwangerschap gaat de voorkeur uit naar lamotrigine of levetiracetam.
Vermijd gebruik van valproïnezuur tijdens de zwangerschap. Dit middel geeft een sterk verhoogd risico op aangeboren afwijkingen en ontwikkelingsstoornissen. Ook het gebruik van carbamazepine, topiramaat en fenytoïne tijdens de zwangerschap leidt tot een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen, maar het risico is minder groot dan bij valproïnezuur.
Over de nieuwere middelen felbamaat, gabapentine, lacosamide, oxcarbazepine, perampanel, pregabaline, retigabine, rufinamide, tiagabine, stiripen­tol, vigabatrine en zonisamide zijn onvoldoende gegevens bekend om een uitspraak te doen over de mogelijke risico's.

Let op:

  • Valproïnezuur valt onder het zwangerschapspreventieprogramma. Lees voor meer informatie de bijsluiter.
  • Bij gebruik van anti-epileptica tijdens de zwangerschap is het extra belangrijk om dagelijks de gebruikelijke dosering van 0,5mg foliumzuur te gebruiken.
  • Vermijd zoveel mogelijk het gebruik van combinaties van anti-epileptica (polytherapie).
  • Nikola save test
Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de zwangerschap. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op aangeboren afwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap.
    • - lamotrigine
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - levetiracetam
  • Risico op aangeboren afwijkingen Dit geneesmiddel geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere blijvende schade. Gebruik dit middel alleen in uitzonderingsgevallen (met extra controles). Kies zo mogelijk voor een veiliger middel of staak -tijdelijk- de behandeling.
    • - carbamazepine
    • - fenytoine
    • - topiramaat
    • - valproinezuur
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - felbamaat
    • - gabapentine
    • - lacosamide
    • - oxcarbazepine
    • - perampanel
    • - pregabaline
    • - retigabine
    • - rufinamide
    • - stiripentol
    • - vigabatrine
    • - zonisamide

Valproïnezuur
Er is ruime ervaring met gebruik van valproïnezuur tijdens de zwangerschap. Valproïnezuur monotherapie tijdens het eerste trimester van de zwangerschap geeft een twee- tot viermaal verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Het risico is dosisafhankelijk: bij doseringen boven de 1.000 mg per dag of piekspiegels boven de 70 μg/ml neemt het risico disproportioneel toe. Bij een dosering onder 1500 mg per dag is het risico 6-11%. Bij een dosis van boven de 1500 mg per dag worden risico’s gezien van rond de 25%. De kans op een neuraalbuisdefect (spina bifida) is tien- tot twintigmaal verhoogd. Het absolute risico hierop is 1–2%. Daarnaast zijn schisis, hartafwijkingen, afwijkingen aan de ledematen, urogenitale afwij­kingen waaronder andere hypospadie en dysmorfe gezichtskenmerken gezien. Valproïnezuur geeft ook een hoger risico op intra-uteriene groeivertraging. Enkele neonaten hadden hypo- of afibrinogenemie (bloedstollingsziekte) na gebruik van valproïnezuur door de moeder tijdens de zwangerschap.
Bij gebruik van valproïnezuur tijdens de zwangerschap wordt  ook een hoger risico gezien op het ontstaan van ontwikkelingsstoornissen  zoals verminderd cognitief functioneren en gedragsstoornissen zoals autisme en ADHD. Ten opzichte van andere tot nu toe onderzochte anti-epileptica lijkt valproïnezuur het meest ongunstig wat betreft de langetermijneffecten.

Carbamazepine en fenytoïne
Carbamazepine en fenytoïne zijn minder teratogeen dan valproïnezuur. De kans op een kind met een afwijking is bij carbamazepine tot 6% (bij dosering >700 mg/dag) en bij fenytoïne tot 9%. Het gaat hierbij om schisis, hartafwijkingen, afwijkingen aan de ledematen, uroge­nitale afwijkingen (waaronder hypospadie) en dysmorfe gezichtskenmerken. De kans op een neuraalbuisdefect (spina bifida) na gebruik van carbamazepine is vijf- tot tienmaal verhoogd. Het absolute risico is 0,5–1%. Nadelige effecten op de pre- en postnatale groei kunnen optreden.
Bij gebruik van fenytoïne tijdens de zwangerschap zijn langetermijneffecten beschreven, zoals vermindering van cognitief functioneren. Er zijn echter nog onvoldoende gegevens beschikbaar om een goede risico-inschatting te kunnen maken.

Topiramaat
Er is ruime ervaring met gebruik van topiramaat tijdens de zwangerschap. Uit meerdere studies is gebleken dat gebruik van topiramaat tijdens de zwangerschap een verhoogd risico geeft op schisis (gespleten lip of gehemelte) en een lager geboortegewicht.

Lamotrigine
Lamotrigine is één van de voorkeursmiddelen tijdens de zwangerschap. De ruime ervaring met het gebruik van lamotrigine tijdens de zwangerschap laat geen duidelijk verhoogd risico zien op aangeboren afwijkingen. In combinatie met valproïne­zuur is de kans op aangeboren afwijkingen wel verhoogd, tot meer dan 10%.

Levetiracetam
Ook levetiracetam is één van de voorkeursmiddelen tijdens de zwangerschap. Er is wel minder ervaring met blootstelling aan monotherapie bij levetiracetam in vergelijking met lamotrigine. Het aantal aangeboren afwijkingen lijkt niet verhoogd. Ook studies naar de langetermijneffecten van levetiracetam met kleine aantallen zwangerschappen laten geen verhoogd risico zien.

Felbamaat
Er zijn minder dan 20 zwangerschappen met blootstelling aan felbamaat beschreven. Een conclusie over de veiligheid is niet mogelijk.

Gabapentine
Er is beperkte ervaring met gebruik van gabapentine in de zwangerschap. Tot nu toe zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor een verhoogd risico op afwijkingen. Maar er zijn meer data nodig om een duidelijke conclusie te kunnen trekken. Er zijn enkele kinderen met afwijkingen beschreven. Bij een deel daarvan had de moeder tijdens de zwangerschap naast gabapentine ook andere anti-epileptica gebruikt. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de langetermijneffecten van gabapentine.

Lacosamide
Er zijn minder dan 20 zwangerschappen met blootstelling aan lacosamide beschreven. Daarbij zijn gezonde kinderen, maar ook kinderen met afwijkingen geboren. Een uitspraak over de veiligheid is niet mogelijk.

Oxcarbazepine
Met oxcarbazepine gebruik tijdens de zwangerschap is de ervaring beperkt (minder dan 1000 zwangerschappen). Het middel lijkt structureel op carbamazepine. Carbamazepine geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen. Het is niet bekend of dit ook geldt voor oxcarbazepine. In dierstudies is dat wel het geval.

Pregabaline
Er is een beperkt aantal studies over gebruik van pregabaline in de zwangerschap (minder dan 1000 zwangerschappen). Daarin worden ook enkele kinderen met afwijkingen beschreven. Er is nog te weinig informatie om te kunnen concluderen of er mogelijk sprake is van een verhoogd risico. In dierstudies zijn bij gebruik van hoge doseringen afwijkingen geconstateerd bij het nageslacht

Vigabatrine
Er zijn minder dan 100 zwangerschappen met blootstelling aan vigabatrine beschreven. Daarbij zijn vooral gezonde kinderen, maar ook enkele kinderen met afwijkingen geboren. Bij de case reports met afwijkingen had de moeder meerdere anti-epileptica gebruikt. Een duidelijke uitspraak over de veiligheid is niet mogelijk.

Zonisamide
Er zijn minder dan 150 zwangerschappen beschreven met blootstelling aan zonisamide. Daarbij werden slechts enkele kinderen met afwijkingen geboren. Bij deze casus had de moeder meerdere anti-epileptica gebruikt. Een duidelijke uitspraak over de veiligheid is nog niet mogelijk. In een studie werd een verlaagd geboortegewicht en –lengte gezien bij zonisamide blootgestelde zwangerschappen ten opzichte van lamotrigine blootstelling.

Perampanel, retigabine, rufinamide, stiripentol
Er zijn geen humane zwangerschappen met blootstelling aan perampane, retigabine, rufinamide of stiripentol beschreven. Het is dus niet mogelijk om een uitspraak te doen over het mogelijke risico van deze middelen.

Epilepsie tijdens de zwangerschap
Epileptische aanvallen tijdens de zwangerschap, vooral tonisch-clonische aanvallen, kunnen nadelige effecten hebben voor moeder en kind. Vrouwen die behandeld worden voor epilepsie kunnen de medicatie tijdens de zwangerschap meestal niet staken. Maak bij voorkeur vóór de zwanger­schap een zorgvuldige afweging over het gebruik van anti-epileptica. Kies zo mogelijk voor een voorkeursmiddel. Een deel van de overige anti-epileptica heeft een hoger risico op aangeboren afwijkingen. Bij gebruik van valproïnezuur is het risico het grootst. Het risico op het ontstaan van afwijkingen neemt verder toe bij het gebruik van combi­naties van anti-epileptica; vermijd polytherapie dus zoveel mogelijk.

Farmacokinetiek
Controleer regelmatig de plasmaspiegels van anti-epileptica. Tijdens de zwangerschap verandert de farmacokinetiek. Hierdoor kunnen de plasmaspiegels in de loop van de zwangerschap dalen. Dit kan leiden tot verminderde aanvalscontrole. Pas de dosering aan op geleide van de plasmaspiegel. Stel de dosering na de geboorte tijdig bij.

Foliumzuur
Foliumzuursuppletie bij gebruik van anti-epileptica is belangrijk. Sommige van deze middelen kunnen een foliumzuurtekort veroorza­ken. De dosering is net als voor elke zwangere vrouw 0,4–0,5 mg per dag. Een dosis van 5 mg wordt alleen geadviseerd bij zwange­ren die een bewezen foliumzuurtekort hebben of die eerder een kind met een neuraalbuisde­fect (waaronder spina bifida) hebben gekregen, en bij paren waarvan een van de ouders zelf een neuraalbuisdefect heeft.

Vitamine K
Gebruik van sommige van deze anti-epileptica kan vitamine-K-deficiëntie veroorzaken, waardoor stollingsstoornissen bij de pasgeborene kunnen optreden. Dit geldt voor carbamazepine, oxcarbazepine, fenytoine en topiramaat. Toediening van vitamine K aan de pasgeborene kan dit voorkomen. Een aanbeveling voor intramusculaire toediening is opgenomen in de Richtlijn Vitamine K van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Er is geen overtuigend bewijs dat maternale vitamine-K-profylaxe vóór de geboorte zinvol is.

Laatst bijgewerkt op 10-12-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.