Aa Lettergrootte
16
 
Cefalosporinen bij infecties tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Cefalosporinen kunnen worden gebruikt tijdens de borstvoeding. De voorkeur gaat uit naar middelen in de categorie Meest veilig omdat met deze middelen ervaring is opgedaan. Cefalotine, cefamandol, ceftarolinefosamil en ceftolozaan zijn niet onderzocht tijdens de borstvoeding. Verwacht wordt dat deze middelen ook weinig overgaan in de borstvoeding.

Let op
Denk bij diarree bij de zuigeling aan het gebruik van het antibioticum door de moeder als mogelijke oorzaak.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - cefaclor
    • - cefalexine
    • - cefazoline
    • - cefepim
    • - cefotaxim
    • - ceftazidim
    • - ceftibuten
    • - ceftriaxon
    • - cefuroxim
    • - cefuroximaxetil
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - cefalotine
    • - cefamandol
    • - ceftaroline fosamil
    • - ceftozolaan

Cefalosporinen komen slechts in kleine hoeveelheden in de moedermelk terecht.

Achtergrondinformatie
Bij het maken van een afweging tussen de verschillende antibiotica kan het nuttig zijn de ervaring met de behandeling van neonaten te betrekken (zie het Kinderformularium). Antimicrobiële middelen gaan in het algemeen in kleine hoeveelheden over in de moe­dermelk. In het bloed van zuigelingen zijn minimale concentraties aangetroffen. In theorie is het mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed. Dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting.

Laatst bijgewerkt op 26-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.