Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij de behandeling van verslaving tijdens de zwangerschap
Overzicht

Over het gebruik van acamprosaat, disulfiram, nalmefeen en naltrexon tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de risico's te kunnen bepalen. Stoppen met alcohol zonder gebruik van deze geneesmiddelen heeft daarom de voorkeur.

Er zijn beperkt gegevens beschikbaar over de effectiviteit en veiligheid van het gebruik van nicotinevervangende middelen tijdens de zwangerschap. Stoppen met roken onder intensieve begeleiding, zonder gebruik van deze middelen heeft daarom de voorkeur.

Let op

  • Disulfiram kan bijdragen aan het foetale alcoholsyndroom, als de zwangere gedurende de behandeling toch alcohol gebruikt.
  • Gebruik nicotinevervangende middelen tijdens de zwangerschap alleen onder begeleiding van een zorgverlener die gespecialiseerd is in stoppen-met-roken ondersteuning.
  • Langdurig gebruik van bupropion tot aan de bevalling kan leiden tot onthoudingsverschijnselen bij de pasgeborene.
Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan mogelijk nadelige effecten hebben op zwangerschap of –ongeboren- kind (zie tekst ‘Meer weten’). Weeg de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van behandeling van de moeder. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden of voer extra controles uit.
    • - bupropion
    • - nicotinevervangende middelen
  • Risico op aangeboren afwijkingen Dit geneesmiddel geeft een verhoogd risico op aangeboren afwijkingen of andere blijvende schade. Gebruik dit middel alleen in uitzonderingsgevallen (met extra controles). Kies zo mogelijk voor een veiliger middel of staak -tijdelijk- de behandeling.
    • - disulfiram + alcohol
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - acamprosaat
    • - disulfiram
    • - nalmefeen
    • - naltrexon
    • - varenicline

Alcoholverslaving
Alcohol vormt een groot risico voor het (ongeboren) kind. Acamprosaat, disulfiram, nalmefeen en naltrexon zijn hulpmiddelen bij de behandeling van alcoholisme. Over het gebruik van deze middelen tijdens de zwangerschap zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de risico's te kunnen bepalen. Het gebruik wordt daarom afgeraden. De combinatie van disulfiram en alcohol vormt waarschijnlijk een groter risico dan alcohol alleen, omdat de verhoogde acetaldehyde-spiegels kunnen bijdragen aan het ontstaan van het foetale alcoholsyndroom.

Nicotineverslaving
Roken in de zwangerschap kan nadelige effecten hebben op de zwangerschap en de foetus. Roken geeft onder meer een grotere kans op een miskraam, groeivertraging, placenta previa (voorliggende placenta), een doodgeboren kind, een laag geboortegewicht en wiegendood. Het advies is dan ook te stoppen met roken in de zwangerschap.

Ook het gebruik van de elektronische sigaret (e-sigaret) in de zwangerschap wordt afgeraden. Over het gebruik van e-sigaretten tijdens de zwangerschap is vrijwel geen informatie beschikbaar. Een voordeel van e-sigaretten ten opzichte van reguliere sigaretten is de verminderde blootstelling aan teer en koolmonoxide. E-sigaretten bevatten mogelijk wel andere schadelijke stoffen en chemische onzuiverheden in sterk wisselende concentraties.

Nicotinevervangende middelen
Nicotinevervangende middelen (pleister, kauwgom, tablet, spray of inhalator met nicotine) worden gebruikt om het stoppen te ondersteunen. De ervaring met het gebruik van deze producten tijdens de zwangerschap is nog beperkt. De langetermijneffecten van nicotine zijn bij de mens niet onderzocht.

Bij het gebruik van nicotinevervangende middelen blijft de blootstelling aan nicotine bestaan, maar er is geen blootstelling meer aan teer, koolmonoxide en andere schadelijke stoffen.

Het gebruik van nicotinevervangende middelen kan worden overwogen als stoppen met roken onder intensieve gedragsmatige begeleiding niet succesvol is geweest, of als de kans op succes bij voorbaat klein is. Het is belangrijk dat zwangere vrouwen deze middelen alleen gebruiken onder begeleiding van zorgverleners die gespecialiseerd zijn in stoppen-met-roken ondersteuning (stoppen-met-roken coaches, praktijkondersteuners en artsen die ervaring hebben met nicotinevervangende middelen). Zij kunnen per individuele zwangere vrouw adviseren over de optimale toedieningswijze, dosering en gebruiksduur.

Meer informatie is beschikbaar in de richtlijn "Addendum Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning bij zwangere vrouwen" en de aanvullende praktijkkaart "Praktijkadvies gebruik nicotinevervangende middelen in de zwangerschap".

Bupropion
Met het gebruik van bupropion tijdens de zwangerschap is redelijk veel ervaring opgedaan. De beschikbare gegevens wijzen niet op een eenduidig verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, specifieke hartafwijkingen of andere nadelige effecten op de zwangerschap en het kind. Wel kan het gebruik aan het einde van de zwangerschap leiden tot onthoudingsverschijnselen bij de neonaat. Meer informatie over bupropion is beschikbaar op de kennispagina over antidepressiva. 

Varenicline
Over het gebruik van varenicline tijdens de zwangerschap bestaan onvoldoende gegevens om de risico's te kunnen bepalen.

Laatst bijgewerkt op 24-07-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.