Aa Lettergrootte
16
 
Mineralen tijdens de zwangerschap
Overzicht

Calciumpreparaten, fluoriden, kaliumzouten, magnesiumzouten en zinkzouten kunnen, als dat nodig is, gebruikt worden tijdens de zwangerschap.
In Nederland komen mineralentekorten bijna niet voor. Een gevarieerde voeding bevat voldoende mineralen. Vrouwen die zwanger zijn en vrouwen die borstvoeding geven kunnen extra ijzer nodig hebben.

Let op
Vermijd inname van hoge doses jodium: dat kan een negatieve invloed hebben op de schildklierfunctie van het ongeboren kind.

De aanbevolen hoeveelheden mineralen voor zwangere vrouwen per dag zijn:

 mineraal  aanbevolen hoeveelheid per dag      
 calcium                                   1000 mg
 ijzer  1e trimester: 11 mg
 2e trimester: 15 mg
 3e trimester: 19 mg
 kalium  3100 mg
 magnesium  280 mg
 zink  9 mg
 koper  1 mg
 jodium  175 microgram
 seleen  60 microgram
 fluor  2,9 mg

Calcium
Vermijd inname van overmatige hoeveelheden calcium tijdens de zwangerschap vanwege het risico op neonatale hypoparathyreoïdie en hypocal­ciëmie.

Jodium
Vermijd inname van hoge doses jodium. Hoge jodiumdoseringen kunnen leiden tot struma en hypothyreoïdie bij de foetus en de pasgeborene. Jodium passeert de placenta makkelijk.
Ook te lage jodiumwaardes bij de moeder kunnen schade bij het ongeboren kind tot gevolg hebben. Een jodiumtekort bij de moeder kan hypothyreoïdie en neurologische schade veroorzaken bij het ongeboren kind.

 

Laatst bijgewerkt op 28-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiƫnt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiƫnt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.