Aa Lettergrootte
16
 
Middelen bij pulmonale hypertensie tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Over het gebruik van deze middelen tijdens de borstvoeding zijn geen gegevens bekend.

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de borstvoedingsperiode. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er minder van dat middel in de melk terechtkomt of omdat er meer onderzoek naar is gedaan (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - ambrisentan
    • - bosent
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - epoprostenol
    • - iloprost
    • - macitentan
    • - riociguat
    • - selexipag
    • - sildenafil
    • - tadalafil
    • - treprostinil

Ambrisentan en bosentan
Het is niet bekend of ambrisentan en bosentan overgaan in de moedermelk. Gebruik deze middelen vanwege de mogelijke hepatotoxiciteit bij de zuigeling liever niet tijdens de borstvoedingsperiode.

Epoprostenol
Van epoprostenol is niet bekend of het in de moedermelk overgaat. De halfwaardetijd is zeer kort, waardoor overgang onwaarschijnlijk is.

Laatst bijgewerkt op 05-11-2018


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.