Aa Lettergrootte
16
 
Vaccins met levend-verzwakte micro-organismen tijdens de zwangerschap
Overzicht

Dien liever geen vaccins met levend-verzwakte micro-organismen toe tijdens de zwangerschap.

Risico indeling
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de zwangerschap is geen of onvoldoende informatie beschikbaar. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - bcg-vaccin
    • - bof-mazelen-rubellavaccin (bmr)
    • - gelekoortsvaccin
    • - tyfusvaccin (oraal)
    • - varicellazostervaccin

Vaccins met levend-verzwakte micro-organismen kunnen de placenta passeren en in theorie een infectie van de foetus veroorzaken. Met de toediening van het gele­koorts- en rubellavaccin tijdens de zwangerschap is redelijk veel ervaring opgedaan. De beschikbare gegevens wijzen niet op nadelige effecten. Congenitaal rubella syndroom en congenitaal varicella syndroom zijn niet beschreven na vaccina­tie in de zwangerschap.

BCG-vaccin, gelekoortsvaccin en oraal tyfusvaccin kunnen op indicatie, zoals bij risico op besmetting, tijdens de zwangerschap worden toegediend.


  • Informatie over bijwerkingen Mexicaanse griep vaccin
  • Schwartz DA. An Analysis of 38 Pregnant Women with COVID-19, Their Newborn Infants, and Maternal-Fetal Transmission of SARS-CoV-2: Maternal Coronavirus Infections and Pregnancy Outcomes. Archives of pathology & laboratory medicine. 2020-03-17;
  • Dashraath P, et al. Coronavirus disease 2019 (COVID-19) pandemic and pregnancy. American journal of obstetrics and gynecology. 2020-03-23;
  • Castro P, Matos AP, Werner H. Covid-19 and Pregnancy: An Overview. Revista brasileira de ginecologia e obstetricia : revista da Federacao Brasileira das Sociedades de Ginecologia e Obstetricia. 2020-07-01;42(7):420-426

Laatst bijgewerkt op 03-09-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.