Aa Lettergrootte
16
 
Antacida bij maagklachten tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Antacida kunnen in normale doseringen worden gebruikt tijdens de borstvoeding. Gebruik geen hoge doseringen. Gebruik antacida, en vooral de middelen met aluminium, liever niet voor langere tijd.

Risico indeling
  • Meest veilig Dit geneesmiddel is -binnen deze groep- de veiligste keuze voor gebruik tijdens de borstvoedingsperiode. Er is, in onderzoek of in de praktijk, geen verhoogd risico gevonden op nadelige effecten voor de zuigeling of op de melkproductie.
    • - algeldraat
    • - alginezuur
    • - aluminiumhydroxidemagnesiumcarbonaat
    • - antacida
    • - calciumcarbonaat
    • - magnesiumcarbonaat
    • - magnesiumhydroxide

De opname van algeldraat, alginezuur, magnesiumhydroxide, dimeticon, aluminiumhydroxide en magnesiumcarbonaat in het lichaam is gering. Hierdoor is het niet waarschijnlijk dat er veel in de borstvoeding kan komen.

De absorptie van magnesium uit magnesiumhydroxide is 15 tot 30% en uit magnesiumcarbonaat 15 tot 20%. In theorie is het mogelijk dat een klein gedeelte van het aluminium of magnesium in de moedermelk terechtkomt. Dit heeft geen nadelige effecten op de zuigeling. Mag­nesium is van nature aanwezig in de moedermelk. Gebruik van magnesiumzouten door de moeder verhoogt de hoeveelheid magnesium in de moedermelk slechts in geringe mate. Deze toename is waarschijnlijk niet klinisch relevant.

Chronisch gebruik van aluminiumprepa­raten kan hypofosfatemie en hypercalciurie bij de zuigeling veroorzaken. Dit effect is nog nooit gemeld bij blootstelling via de borstvoeding. De hoeveelheid aluminium in de moedermelk is daarvoor waarschijnlijk veel te laag.

Laatst bijgewerkt op 19-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.