Aa Lettergrootte
16
 
NSAID’s in oogmiddelen tijdens de zwangerschap
Overzicht

De NSAID’s broomfenac, diclofenac, indometacine, ketorolac en nepafenac in oogdruppels kunnen tijdens de zwangerschap waarschijnlijk veilig worden gebruikt. Bij gebruik als oogdruppel zijn deze middelen niet of nauwelijks te meten in het bloed. Er komt zo weinig van de werkzame stof bij het kind, dat nadelige gevolgen onwaarschijnlijk zijn.

Let op
Door na het druppelen van het oog de traanbuis één tot drie minuten dicht te drukken, wordt de opname van het geneesmiddel in het lichaam verder verminderd. Hierdoor kan er nog minder bij het kind komen.

Overview testing

Risico indeling
  • Waarschijnlijk veilig Dit geneesmiddel kan gebruikt worden tijdens de zwangerschap. Maar indien mogelijk heeft een geneesmiddel uit de categorie ‘Meest veilig’ de voorkeur. Bijvoorbeeld omdat er meer onderzoek is gedaan naar dat middel (zie tekst ‘Meer weten’).
    • - broomfenac
    • - diclofenac
    • - indometacine
    • - ketorolac
    • - nepafenac

Over het gebruik van oogdruppels met NSAID’s tijdens de zwangerschap zijn geen gegevens bekend.
Het syste­misch gebruik van NSAID’s in de tweede helft van de zwangerschap wordt afgeraden in verband met het risico van nierschade bij de foetus en het vroegtijdig sluiten van de ductus Botalli. Na ocu­laire toediening van broomfenac, diclofenac, indometacine of ketorolac zijn geen plasmaspiegels meetbaar bij de moeder. De plasmaspiegel van nepafenac is zeer laag. Verder hebben deze een hoge plasma-eiwitbinding. Het is onwaarschijnlijk dat oculair NSAID-gebruik tijdens de zwangerschap nadelige effecten heeft op het ongeboren kind.
Voor meer informatie over NSAID’s, zie de informatie over orale toepassing van NSAID’s bij pijn tijdens de zwangerschap.

Laatst bijgewerkt op 26-03-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.