Aa Lettergrootte
16
 
Diverse antidepressiva tijdens de borstvoedingsperiode
Overzicht

Over het gebruik van de antidepressiva uit deze groep tijdens de borstvoedingsperiode zijn nauwelijks gegevens bekend. Bupropion en Sint-Janskruid hebben mogelijk nadelige effecten bij de zuigeling.

Risico indeling
  • Mogelijk risico Dit geneesmiddel kan via de melk mogelijk nadelige effecten geven bij de zuigeling. Overweeg of een veiliger middel gebruikt kan worden. Als dat niet kan, weeg dan de mogelijke nadelige effecten af tegen het belang van borstvoeding voor het kind. Voer extra controles uit bij het kind of ga over op flesvoeding.
    • - bupropion
    • - sint-janskruid (hypericum extract)
  • Risico onbekend Over gebruik van dit geneesmiddel tijdens de borstvoedingsperiode is nauwelijks of geen informatie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over de veiligheid. Kies bij voorkeur voor een middel waarvan meer bekend is over de veiligheid.
    • - vortioxetine

Bupropion
Met het gebruik van bupropion is zeer beperkt ervaring opgedaan. De hoeveelheid die overgaat in de moedermelk lijkt laag. Twee case-reports van kinderen van ongeveer zes maanden beschrijven insultachtige symptomen. In één case gebruikte de moeder naast bupropion ook escitalopram.

Sint-Janskruid (Hypericum perforatum)
Over het gebruik van Sint-Janskruid tijdens de borstvoeding zijn zeer beperkt gegevens beschikbaar. Enkele casusbeschrijvingen melden een lage overgang van hyperforine, één van de bestanddelen van Hypericum, in de moedermelk. Van de andere bestanddelen is de overgang in de moedermelk niet bepaald. In een studie met ruim dertig zuigelingen werd vijf keer een bijwerking gerapporteerd. Een relatie met het gebruik van Sint-Janskruid is niet duidelijk.

Postpartum depressie
De periode na de bevalling zijn vrouwen extra gevoelig voor psy­chische stoornissen. Tussen de 10 en 15% van de vrouwen krijgt een postpartum depressie. Het gebruik van antidepressiva of andere psychofarmaca hoeft geen reden te zijn om met het geven van borstvoeding te stoppen. In de meeste groepen psychofarmaca zijn geneesmiddelen die kunnen worden gebruikt.

Met alle psychofarmaca is onvoldoende ervaring opgedaan om een uitspraak te kunnen doen over de effecten op de lange termijn. Tot nu toe zijn er geen duidelijke aanwijzin­gen voor nadelige effecten bij het kind op latere leeftijd. De voorkeur gaat uit naar monotherapie in een zo laag mogelijke dosering.

Laatst bijgewerkt op 20-02-2019


De informatie op deze pagina is gebaseerd op gebruik van het geneesmiddel in de aanbevolen dosering, zonder dat de patiënt daarbij andere geneesmiddelen gebruikt. Welk geneesmiddel de beste keuze is, kan per persoon en per situatie verschillen. Daarom is goed overleg tussen zorgverlener en patiënt essentieel. Bij elke zwangerschap is er een basisrisico van 10 tot 15% op een miskraam en van 2 tot 4% op het krijgen van een baby met een aangeboren afwijking. De informatie bij zwangerschap gaat over de vraag of dit risico groter wordt door gebruik van het geneesmiddel. De informatie over borstvoeding is gebaseerd op het mogelijke risico voor de zuigeling, uitgaande van een gezonde, voldragen baby van 0 tot 2 maanden. Bij een te vroeg geboren, kleine, lichte of zieke baby moet men extra voorzichtig zijn. Een oudere zuigeling is juist minder kwetsbaar.